Verslag gespreksronden over luchtkwaliteit tijdens informatieavond 21 en 23 september 2021

Naast de presentaties zijn op beide dagen gespreksronden met experts georganiseerd over de onderwerpen luchtkwaliteit, gezondheid en communicatie. We hebben gekozen om voor elke gespreksronde apart een verslag op te nemen. Dit vergroot de herkenbaarheid voor de deelnemers. Er zitten hierdoor dubbelingen in de verslagen, maar naar onze inschatting is dat nodig voor een compleet beeld. In dit document zijn de verslagen van de gespreksronden ver luchtkwaliteit opgenomen. Aan het einde van het document zijn de chatvragen opgenomen.

Informatieavond 21 september 2021

Gespreksronde 1

Gespreksleider: Dave Ploum (gemeente Nijmegen)

Onderwerp: luchtkwaliteit
Expert: Henk Nijhuis (gemeente Nijmegen) 
Notulist: Gijs Jansen (gemeente Beuningen)

Vraag: mevrouw woont in de Biezen en werkt aan de Energieweg. Heeft last van stank zoals veel bewoners. Het is haar onduidelijk in hoeverre geur en specifiek stank schadelijk is. Is stank een maat voor schadelijkheid of niet? 
Vraag beantwoord door Henk: iets ruiken wil niet direct zeggen dat het schadelijk is. Geeft aan dat er een rapportage gedaan wordt naar emissies. Hierbij wordt er ook gekeken naar de gezondheidswaarden die daarbij worden. Geur is niet direct een maat voor gezondheid, sommige stoffen zijn niet te ruiken maar wel heel schadelijk. Belangrijk verschil is wel dat stank kan werken op de gemoedstoestand (irritatie bijvoorbeeld). Er is geen directe relatie tussen mate van stank en de schadelijkheid van een lucht. Er zijn stoffen die weinig schadelijk zijn en toch heel erg stinken en ook andersom komt dat voor. Stank is dus geen maat voor schadelijkheid.

Een vraag over geur die leidt tot misselijkheid en benauwdheid. Hier zijn zorgen over, hoe zit dat? 
Geur kan directe irritatie kan opleveren. Het betekent niet dat er directe gezondheidseffecten hoeven op te treden. Mogelijk wel indirecte gezondheidseffecten door bijvoorbeeld stress. 

Vraag: meneer is zeer bezorgd over APN, maar ook in het algemeen. Hij geeft aan dat hij moeite heeft met de opgestelde normen. Het is niet noodzakelijk om nog meer normen en nog meer metingen te doen. Hij mist visie van de gemeente. Hij wil duidelijkheid en juist leiderschap om te kijken naar hoe de ruimte op het bedrijventerrein anders ingericht kan worden. Hij doet het verzoek om concreet te werken aan een visie om die bedrijven weg te krijgen. Opnieuw meten en normen stellen is nutteloos. 
Voor het gebied is een Gebiedsvisie is opgesteld. De keuze van de politiek is daarin geweest dat na 2040 gekeken wordt naar de transformatie van het gebied. Henk geeft aan dat niet alles van de zwaarste categorie is, er zitten verschillende type bedrijven. 

Opmerking: meneer geeft aan dat dat inderdaad klopt. Maar dat staat los van zijn verzoek, de situatie zoals die nu is, is gewoon niet goed en past niet bij deze tijd. Dit is niet toekomstbestendig en roept nogmaals op hier aandacht aan te geven. De opmerking hierboven wordt gedeeld. Meneer geeft aan dat hij het eens is met zijn voorganger.
Gebiedstransformatie is een kwestie van ruimtelijke ordening én van lange adem. Vanuit luchtkwaliteit wordt geprobeerd de bestaande situatie van bedrijven ten opzichte van de omgeving binnen de geldende kaders het geldende beleid (uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit; gebiedsvisie TPN-West) de kwaliteit van de leefomgeving te bewaken.

Vraag: waarom kan de norm niet door bewoners bepaald worden voor geur? Zij moeten als uitgangspunt gelden. 
Hiervoor geldt een landelijk kader. Gemeente Nijmegen is hier voor een beperkt aantal bedrijven bevoegd gezag. Ook de Provincie is voor een aantal bedrijven bevoegd gezag. Dit zal in de toekomst dus een goede samenwerking moeten zijn tussen verschillende overheidsniveaus om zo geurbeleid goed te borgen. Dat bestuur, bedrijven en omgeving daar in een rol kunnen en moeten spelen is duidelijk.

Vraag: hoe zit het bij het opstellen van een geur-norm bij nieuwe bedrijven? 
Bij nieuwe bedrijfsvestigingen wordt zowel door provincie Gelderland als door gemeente Nijmegen getoetst aan het zogeheten Gelders geurbeleid.

Vraag: heb je als gemeente of provincie een poot om op te staan qua geurbeleid? Is iets zomaar afdwingbaar? 
Het is aan de lokale gemeente is om eigen geurbeleid vast te stellen. Daarvoor zal eerst geuronderzoek worden gedaan. 

Vraag: gaat in op de termijn om de industrie uit te faseren in 2040 zoals die in de Gebiedsvisie is benoemd. Meneer begreep dat de politiek dit binnenkort mogelijk toch naar voren wil halen, in 2030.
Dit besluit is aan de politiek (inmiddels is in de raadsvergadering van 22 september 2021 per motie aan het college gevraagd om te werken aan een beleid voor transformatie van het industriegebied per 2030. Het college beraadt zich op een reactie hierop). 

Vraag: de flats en huizen aan de Waal en brug Oversteek: hebben zij minder last omdat het dicht tegen het water aan ligt? 
Binnenvaart is ook bekend als een aanzienlijke bron van uitstoot van luchtverontreiniging. Maar ook langs de Waal wordt voldaan aan de wettelijke grenswaarden. Dat komt mede omdat de Waal breed is en open, daardoor kan uitstoot zich snel verspreiden en zorgt niet voor te hoge concentraties in de leefomgeving.

Gespreksleider Sven Polak (bureau ECHT)

Expert: Sef van den Elshout ( DCMR Milieudienst Rijnmond (Rotterdam en omgeving) en is expert op het gebied van luchtkwaliteit)
Notulist: Erik Maessen (gemeente Nijmegen)

Vraag: de presentaties geven tot nu toe een algemeen beeld. De aanleiding van deze bijeenkomst is de verhoogde uitstoot bij de APN. Wat betekent dat concreet voor de omwonenden?
Er zijn twee soorten wetgeving van kracht zijn. De ene ziet toe op de maximale uitstoot bij het bedrijf. Op grond hiervan is aangetoond dat de uitstoot van PAK’s op enig moment te hoog was. Daarover is nog discussie, omdat omstandigheden kunnen variëren zullen er nieuwe metingen volgen om uit te sluiten dat het om een incident gaat. Bovendien beroept het bedrijf zich op een regeling (specifiek voor asfaltcentrales) dat de getalsmatige uitstooteis niet zou gelden, wanneer het bedrijf zich houdt aan regels voor de inname van grondstoffen. Het juridisch traject hierover loopt nog.
De andere wetgeving ziet toe op het handhaven van een bepaalde minimale luchtkwaliteit in de leefomgeving. Een verhoogde uitstoot bij een bedrijf betekent niet perse dat de luchtkwaliteit in de leefomgeving boven de norm gaat. In dit geval is dat ook niet aangetoond.

Vraag: het meten van de uitstoot is een momentopname. Dit kan een verkeerd beeld opleveren wanneer op de verkeerde momenten wordt gemeten. Waarom wordt er niet een paar keer over een hele dag gemeten?
Het bepalen van het tijdstip om te meten is lastig. De processen zijn bij de APN niet continu en de uitstoot kan daardoor verschillen. De meetmomenten worden daarom gekozen op basis van productieplanning van het bedrijf. Door niet alleen te meten, maar ook de productieplanning te controleren kan gecontroleerd worden of de meetomstandigheden ook overeenkomen met de gemiddelde bedrijfsomstandigheden. Onaangekondigd metingen is praktisch niet de doen, dus het bedrijf kan zich bij de metingen, beter voordoen dan gemiddeld. Het bedrijf moet wel altijd registeren wat en hoe ze doen en die boekhouding kan wel onverwacht gecontroleerd worden. Door die combinatie van metingen, en de controle van de bedrijfsomstandigheden ontstaat toch een goed beeld. 
Overheden meten niet altijd zelf. Het verrichten van de metingen zelf wordt vaak  uitbesteed aan een gespecialiseerd bedrijf. Dit omdat het zeer specialistisch werk is. Het continu meten over een langere periode (weken/maanden/jaren) is prijzig. Alleen zeer grote bedrijven hebben continue meetsystemen.

Vraag: waarom kunnen metingen niet onaangekondigd gedaan worden?
Metingen kunnen/worden in principe onaangekondigd gedaan, maar bij de APN kan alleen zinvol gemeten worden als er voldoende geproduceerd wordt. Daarom wordt vooraf de productieplanning opgevraagd voor de komende 14 dagen. Dagen waarbij voldoende productie gedraaid wordt én in geval van APN ook gerecycled asfalt verwerkt wordt, zijn geschikt om metingen uit te voeren. De meetinstantie (ODRA in dit geval) maakt een keuze uit de geschikte dagen en komt dan onaangekondigd meten. Het bedrijf moet ook actief zijn op het moment van de meting. Maar zoals gezegd, in combinatie met de productieplanning kunnen goede conclusies getrokken worden of een meting representatief is of niet.

Vraag: wat is het standpunt van de gemeente met betrekking tot deze overschrijding? Wat zijn de vervolgstappen zoals het continu meten bij APN, daarover transparant communiceren? Waarom moeten de bewoners zelf meldingen doen?
Overwegingen die hierbij meespelen: het continu meten is zeer kostbaar. Om de luchtkwaliteit voor Nijmegen als geheel te verbeteren kunnen deze efficiënter ingezet worden. Overlast van stank en lawaai is een ander aspect van het bedrijf waar mogelijk wat aan gedaan kan worden. Daarvoor heb je geen ingewikkelde metingen nodig maar omwonenden hebben daar zelf beter zicht op dan de overheid. Het is goed om de constateringen van omwonenden ook te verzamelen en er is in Nijmegen vast ook een plaats zoals milieuklacht.gelderland.nl waar milieuklachten verzameld worden. Als er klachten zijn moeten die vooral ook gemeld worden: dat leidt niet altijd tot directe oplossingen maar het  geeft uiteindelijk een meer compleet beeld.

Vraag: de huidige discussie wordt gevoerd aan de hand van een papieren werkelijkheid gebaseerd op boekhoudkundige principes. Waarom wordt er niet meer gekeken naar de werkelijkheid (metingen )? In de Wolfskuil is meer aan de hand dan alleen de uitstoot van de APN.
Op basis van een paar metingen en de vele ‘papieren’ controles wel degelijk iets is veranderd. Alle asfaltcentrales in Nederland liggen nu onder het vergrootglas, er is een landelijk onderzoek en plan van aanpak. Dit geldt ook voor andere luchtproblemen: metingen, in combinatie met veel andere (papieren) analyses hebben geleid tot het nemen van maatregelen en het verbeteren van de luchtkwaliteit in Nederland. Juist de combinatie van meten en andere informatie geeft efficiënt een goed beeld van de werkelijkheid.

Tenslotte wordt de vraag gesteld of Sef verbaasd is over de slechte luchtkwaliteit in Nijmegen?
De verschillen in luchtkwaliteit in Nederland heel klein zijn. Bij de volgende rapportage kan zomaar een andere stad weer slechter scoren dan Nijmegen. Dit is afhankelijk van zeer veel factoren zoals bijvoorbeeld naar welke stof en op welke plaats (binnen een gemeente) gekeken wordt en welke steden de juiste gegevens beschikbaar hebben.

Gespreksronde 2

Gespreksleider Dave Ploum (gemeente Nijmegen)

Onderwerp: Luchtkwaliteit
Expert: Henk Nijhuis (gemeente Nijmegen) 
Notulist: Gijs Jansen (gemeente Beuningen)

Vraag: er is veel invloed op de luchtkwaliteit van buiten op de luchtkwaliteit in Nijmegen. Wat is die invloed dan? Bijvoorbeeld het Ruhrgebied. 
Dat is afhankelijk is van het onderdeel. Voor stikstofdioxide en roet is de lokale bijdrage van verkeer en van binnenvaart (voor NO2) vrij groot. Voor fijnstof is dat weer veel minder. Het is daarom als gemeente makkelijker om op stikstof te sturen. Bij benzeen is het minder duidelijk, dat hangt af van de aanwezigheid van specifieke bronnen in de gemeente. 

Vraag: meneer geeft aan dat hij vindt dat de presentatie van de GGD vrij algemeen was. Maar wat betekent het nou specifiek voor inwoners van West en Weurt? 
De belangrijkste effecten op gezondheid wordt veroorzaakt door NO2 en fijn stof. Uit het GGD rapport van 2019 blijkt dat de wijken in Nijmegen-West qua gezondheidseffecten door NO2 en fijn stof nauwelijks afwijkend scoren tov andere wijken in Nijmegen.
 
Opmerking: meneer geeft aan dat er juist gekeken moet worden naar het gebied en het effect. De kern moet zijn om effectief beleid op te zetten en sturen waar je op kan sturen  En wees daarover open en communiceer dat. 
Dave benoemt hierbij dat de link dus tussen gezondheid en luchtkwaliteit duidelijk moet zijn en hier efficiënt beleid op gemaakt moet worden. Dit kan per gebied verschillen. Meneer beaamt dit. 

Vraag: meneer gaat in op de afvalbranche en scheepvaart en dat zij bepaalde brandstoffen (stookolie) gebruiken die heel slecht en vervuilend zijn. Wat is de situatie daarvan in Nijmegen en de invloed op ons als bewoners? 
Er zijn geen exacte cijfers hierover heeft en zeker niet voor de Nijmeegse situtie. Hij geeft aan om in landelijke cijfers uit te zoeken wat effect op uitstoot door binnenvaart dit heeft. Meneer ziet dit als uitgestoken hand en ziet graag dat hij wil dat het gebruik van stookolie door scheepvaart in kaart wordt gebracht. 

Vraag: gaat in op het Schone Lucht Akkoord (SLA). Wat zijn de tussentijdse doelen hierin? 
Er zijn geen tussentijdse doelen gesteld zijn in het SLA, maar enkel een einddoelstelling in 2030. Wel wordt er jaarlijks gerapporteerd. Dat doen we ook aan de gemeenteraad. Meneer geeft aan dat hij behoefte heeft aan tussentijdse doelen omdat je op die manier kan controleren of je goed op weg bent. Zeker bij een onderwerp zoals luchtkwaliteit dat effect heeft op de gezondheid, hij wil hierin vertrouwen op de overheid. We zullen nagaan in hoeverre de voortgang door tussendoelstellingen of door duidelijke voortgangsgrafieken of –indicator toetsbaar gemaakt kan worden.

De voorzitter merkt op dat er bij bewoners veel behoefte is om zaken concreet te maken zoals heldere en minder abstracte normen en duidelijke doelen die te begrijpen zijn. 

Opmerking: meneer vindt dat bedrijven zelf ook een verantwoordelijkheid hebben. Zij kunnen zelf ook rapporteren over hun emissies. Een oproep aan hen om mee te doen en ook een tip aan de gemeente, dat helpt ook in de communicatie over dit soort zaken naar buiten. Maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten bedrijven tonen.
Het Kronenburgerforum bestaat niet meer, hierin communiceerden bedrijven, bewoners en overheden met elkaar. Een aantal bedrijven nam in communicatie naar omgeving duidelijk voortouw zoals ENGIE en ARN. 

Vraag: hoeveel invloed kan de gemeente uitoefenen op de luchtkwaliteit en tegen bedrijven die normen overtreden? Is dat niet beter voor Europees of nationaal niveau. 
Wettelijke kaders (zowel voor luchtkwaliteit in leefomgeving als ook uitstooteisen voor bedrijven) worden vaak op Europees niveau vastgesteld en in de Nederlandse regelgeving opgenomen. Vergunningverlening en handhaving van de regelgeving is een taak van lagere overheden (gemeentes en provincies). In de regio Nijmegen is deze VV&HH gemandateerd aan de ODRN (Omgevingsdienst Regio Nijmegen), zowel als gemeente Nijmegen als provincie Gelderland bevoegd gezag. 

Opmerking: Mevrouw vindt dat niet voldoende. Voor bedrijven zijn boetes vaak een lachertje.

Gespreksleider Sven Polak (bureau ECHT)

Onderwerp: Luchtkwaliteit 
Expert: Sef van den Elshout (DCMR Milieudienst Rijnmond (Rotterdam en omgeving) en is expert op het gebied van luchtkwaliteit)
Notulist: Erik Maessen (gemeente Nijmegen) 

Vraag: is bekend hoe ver de uitgestoten stoffen zich verspreiden?
De verspreiding wordt voor een groot deel bepaalt door de hoogte van de bron. Hoe hoger de schoorsteen, hoe verder de verspreiding. Bijvoorbeeld de vervuiling door de scheepvaart komt niet zo ver en beperkt zich tot de oevers en het centrum. Hoe hoog de schoorsteen van de APN is weet Sef niet. In geval van een hoge schoorsteen ben je vlak bij de bedrijf meestal het beste af.

Vraag: is de windrichting relevant voor de wijk?
De windrichting is zeer bepalend. Voor het bepalen van de luchtkwaliteit is het belangrijk om metingen vanuit alle windrichtingen mee te nemen. Daarom worden dit soort metingen over een langere periode gedaan.

Vraag: lage bronnen leiden dus tot minder verspreiding. Is het dan wel verstandig om te bouwen naast drukke wegen en de Waal?
In het algemeen: enerzijds willen gemeenten compact bouwen op reeds bebouwde locaties. Bijvoorbeeld om groen te sparen. Verder voldoen de wegen in Nederland allemaal aan de normen en de ontwikkeling is dat verkeer steeds schoner wordt. Electrische voertuigen hebben zelfs geen uitstoot meer van verbrandingsemissies (fijnstof, roet).

Vraag: wat is in Nijmegen de beste plek om te gaan wonen?
In het algemeen is de luchtkwaliteit rond drukke wegen en verkeersaders slechter dan elders.

Vraag: heeft de hoge uitstoot van de scheepvaart te maken met het feit dat er in Duitsland strengere regels gelden voor het ontgassen van tankers?
De grote rivieren zijn Rijkswateren. Deze vallen onder de bevoegdheid van het Rijk. Het Rijk vindt dat er over het ontgassen van tankers internationale afspraken gemaakt moeten worden. Dit proces duurt erg lang. De lokale overheden kunnen op dit vlak weinig meer doen dan lobbyen bij het Rijk.

Vraag: Is het niet mogelijk om meer actuele informatie te kunnen krijgen over de luchtkwaliteit?
Er is een website met actuele informatie: www.luchtmeetnet.nl. Deze informatie geeft de actuele situatie weer van uur tot uur en  een voorspelling voor de volgende dag. Die luchtkwaliteit varieert van dag tot dag, vooral door invloed van het weer. De website biedt geen inzicht in de grote lijn over meerdere jaren. Daarvoor moet je op zoek naar de rapporten die er jaarlijks gemaakt worden.
Over het algemeen is de luchtkwaliteit in Nederland sterk verbeterd de afgelopen jaren. We zijn er echter nog niet. Luchtvervuiling geeft nog steeds gezondheidsschade. Daarom is er ook nog steeds beleid om de luchtkwaliteit verder te verbeteren. En blijf dus aan de bel trekken wanneer je ergens last van hebt. Dit helpt ons om verdere verbeteringen te realiseren.

Vraag: waar meld je dit?
Dit kan via milieuklacht.gelderland.nl

Vraag: moeten we ons meer zorgen maken over verkeer dan industrie? Is dat de conclusie?
Het grootste gezondheidsprobleem ligt bij fijnstof. Dit wordt nu nog vooral uitgestoten door verkeer, houtkachels en de scheepvaart. Voertuigen worden sneller schoon en kennen straks zelfs geen uitstoot uit de uitlaat meer. Stof van slijtage (remmen/wegen) blijft natuurlijk wel. Daardoor wordt het aandeel fijn stof veroorzaakt door houtkachels en scheepvaart relatief groter. Om de luchtkwaliteit verder te verbeteren moeten we ons ook hierop gaan richten

Informatieavond 23 september 2021

Gespreksronde 1 

Gespreksleider Dave Ploum (gemeente Nijmegen)

Onderwerp: Luchtkwaliteit 
Expert: Henk Nijhuis (gemeente Nijmegen) 
Notulist: Gijs Jansen (gemeente Beuningen)

Vraag: meneer geeft aan dat er veel data naar voren kwam maar dat is moeilijk in de context te plaatsen. Zijn er meer gezondheidsklachten in onze buurt dan bijvoorbeeld Nijmegen-Oost? 
De GGD kan daar een beter antwoord op geven. Zij zijn deskundig op gebied van gezondheidseffecten, gemeente weet meer over de inhoudelijke kant van milieuhygiëne en -technische zaken. Hier is een andere gespreksronde aan gewijd.  

Vervolgvraag: maar hoe zit het daar dan mee in het gebied van West. 
Als het gaat om fijnstof zit er weinig verschil gekeken naar diverse meetpunten in het gebied. Bij specifieke componenten als benzeen en naftaleen wordt dat anders, dan kun je meten aan de pijp. Dat is veel specifieker. De GGD geeft op grond van de meetgegevens en de verspreidingsberekeningen advies over hoe te duiden wat de invloed daarvan is op de gezondheid. 

Vraag: over luchtkwaliteit. Hoe wordt het gemeten? Wordt enkel de weg gemeten en industrie apart? Wordt er ook bij elkaar gerekend, de totale vervuiling? 
Bij een meting in de leefomgeving is het niet mogelijk om dan die zaken uit elkaar te halen. Alle bronnen meet je dus bij elkaar. Bij een schoorsteenmeting kan wel specifiek de uitstoot van een bedrijf worden gemeten.

Vervolgvraag: dan moet je dus alle schoorstenen nagaan? 
Met het nieuwe meetplan willen we daar invulling aan geven. Er wordt op dit moment een rapportage inventarisatie bedrijfsemissies opgesteld, waarbij de emissies (uitstoot) van de relevante bedrijven in beeld worden gebracht. Niet alle bedrijven zijn van dezelfde milieucategorie zoals de APN en hebben geen uitstoot. 

Is er in juni ook anders gemeten? Was het ongepland? 
De metingen zijn altijd onaangekondigd. Hierbij speelt de Omgevingsdienst (ODRN) een rol, zij vragen productieplanning op van het bedrijf om te weten wanneer er geproduceerd wordt zodat ze weten wanneer ze kunnen meten. Vorig jaar was er veel onrust n.a.v. benzeen. Toen is er daarop 3 keer malen gemeten, die zaten allen onder de norm voor de uitstoot. Bij de derde meting is er ook een meting aan PAK’s gedaan. Dat is gedaan vanwege het inventarisatierapport (onderdeel van het meetplan) en vanwege het feit dat bij andere asfaltcentrales ook overschrijdingen zijn geconstateerd. Vervolgens is dus voor PAK’s een overschrijding van de norm voor de uitstoot van PAK’s geconstateerd. 

Vervolgvraag: er is dus maar één maal gemeten daarop? 
Dat klopt. En binnenkort wordt een nieuwe meting gedaan en ook daarna zal er gemeten blijven worden. 

Vervolgvraag: waarom is het productieproces van de APN belangrijk hierbij? 
Er moet voldoende productie zijn anders kan er niet qua vereiste tijdsduur niet goed gemeten worden. Wat PAK’s betreft moet er ook voldoende gerecycled asfalt in zitten, anders is de kans heel groot dat er helemaal geen PAK’s in de uitstoot zitten. 
Henk geeft daarnaast aan dat er bepaalde voorschriften zijn voor het doen van goede metingen. Bijvoorbeeld de tijdsduur van monstername. De monsters die de ODRA neemt gaan naar een erkend laboratorium. Het duurt enkele dagen voordat de resultaten dan bekend zijn.   

Vraag: welke stof is te hoog gemeten van de PAK’s en welke grenswaarden gelden hiervoor? 
De uitstooteis is gebaseerd op de verzameling van PAK’s. De meest schadelijke stof is benzo(a)pyreen. Voor de waarde op de leefomgeving geldt dat die er alleen is voor de stof benzo(a)pyreen, voor de overige PAK’s zijn geen grenswaarden voor concentraties in de leefomgeving. 

Vervolgvraag: waarom worden andere PAK’s meegenomen in de meting en waarom is daar geen grenswaarden voor? 
Er wordt een hele serie aan PAK’s in de uitstoot gemeten omdat de grenswaarde voor de uitstoot geformuleerd is als een optelsom van een verzameling aan PAK’s. Voor de concentratie in de leefomgeving is alleen een grenswaarde vastgesteld voor benzo(a)pyreen, omdat dit de schadelijkste component is in de PAK’s en daarvoor ook het meeste onderzoek is gedaan naar gezondheidseffecten.

Vraag: monstername zal voor benzopyreen en naftaleen niet veel anders zijn toch?
Daar zit wel verschil in. Want naftaleen is veel vluchtiger dan benzo(a)pyreen, waardoor naftaleen veel meer in de gasfase zal voorkomen. De monstername wordt heel erg bepaald door de fase waarin de stof zich bevindt (vast, vloeibaar of gasvormig). 

Vervolgvraag: kan je dat aan de windrichting koppelen? 
Dat kan. Er is op sommige locaties lokale meteodata beschikbaar om dat element van windrichting mee te nemen en daardoor bijvoorbeeld bronnen te achterhalen.
Wanneer op meerdere locaties tegelijk gemeten wordt dan kan door combinatie van meetgegevens en meteo-gegevens mogelijk een indicatie van uitstootbron (of richting waarin deze ligt) gegeven worden. 

Vraag: zijn verschillende initiatieven om zelf luchtkwaliteit te meten in Nederland. Meneer geeft aan dat hij dat doet voor fijnstof. Bestaat zoiets in Nijmegen? 
In Nijmegen was een project dat heette Smart Emission. Daarbij waren ook burgers betrokken. Dit project loopt niet meer. Wel is er in Lent een groep die zelf metingen doet voor fijnstof. De wijkvertegenwoordiging geeft echter op dit moment aan dat ze voorrang willen geven aan bestaande en erkende meettechnieken. Betrouwbare gegevens zijn nu noodzakelijk vinden zij. Henk geeft aan dat er in december een duurzaamheidscafé is in het Lux in Nijmegen, met name over dit soort meettechnieken en het samen uitvoeren met burgers. 

Vraag: monsters gaan naar het lab, wordt dat gedaan met de GCMS techniek? 
Ja dat klopt. 

Vraag: wat doen de bedrijven zelf om emissies te voorkomen? 
Landelijke kaders zijn leidend voor wat aan bedrijven wordt opgelegd. Die beschrijven waar bedrijven aan moeten voldoen. Daar toetst ook de gemeente aan en moeten ze zich aan houden. De ODRN handhaaft daarop. Het is aan bedrijven zelf om eventueel verder te gaan. 

Vervolgvraag: maar wat zie je bij bedrijven ontstaan? Een stukje maatschappelijke bewustwording, wat doet de gemeente daar in? 
Er zit veel verschil in tussen bedrijven. De ARN is een heel goed voorbeeld. Zij zijn daar heel open in en communiceren daar goed en actief over. Maar er zijn ook bedrijven die daar niets aan doen. Dat is niet afdwingbaar.
 
Opmerking: de WHO geeft normen aan en het zou hen, de bedrijven, sieren zich daaraan te houden. 

Gespreksleider Sven Polak (bureau ECHT)

Onderwerp: Luchtkwaliteit 
Expert: Sef van den Elshout ( DCMR Milieudienst Rijnmond (Rotterdam en omgeving) en is expert op het gebied van luchtkwaliteit)
Notulist: Erik Maessen (gemeente Nijmegen)

Vraag: ik woon op 6 hoog. Hoe is de verspreiding van bijvoorbeeld fijnstof en benzeen op deze hoogte? Ze woont tussen twee fabrieken in (APN en de glasfabriek). Ze vraagt zich af of dat schadelijk is voor de gezondheid.
Normaal gesproken is het gunstiger om wat hoger te wonen. De verontreinigingen wordt door de wind meer verdund. Hoe dat precies voor haar situatie is kan hij zo niet beoordelen omdat hij de situatie niet kent.

Vervolgvraag: of het in haar situatie (bij haar woning) te meten is? 
In principe moet dat wel kunnen maar het is niet eenvoudig/duur om langere tijd allerlei stoffen te meten. Er kan gewerkt worden met indicatorstoffen die makkelijk te meten zijn en waarmee voor meer stoffen wel een indruk gekregen kan worden. Je zou bepaalde indicatorstoffen kunnen meten voor bijvoorbeeld een maand lang via een burgermeetnet. 

Vraag: hoe wordt zo’n burgermeetnet opgezet?
Dat kan verschillen. Soms neemt de gemeente het initiatief, maar soms zijn dat ook burgers die het helemaal zelf doen en betalen of daarbij ondersteuning vragen bij de gemeente. In het meetplan Luchtkwaliteit Nijmegen-West is een optie opgenomen om een burgermeetnet op te zetten. De wijkvertegenwoordiging van Nijmegen-West geeft vooralsnog voorrang aan het meten met geaccepteerde en nauwkeurige metingen. De optie van een burgermeetnet kan op termijn nog opgepakt worden. Meer algemene informatie over dergelijke burgermeetnetten vindt u op de website Samen meten aan luchtkwaliteit

Vraag: uit alle toegezonden stukken blijkt dat het daadwerkelijk nemen van maatregelen vaak erg lang op zich laat wachten. Soms gaan er jaren overheen voordat er wat gebeurt. Waarom duurt het zolang?
Dat is niet alleen in Nijmegen, hetzelfde zie je ook gebeuren in andere steden. Allereerst worden er plannen opgesteld. Voor maatregelen moet budget worden geregeld en hiervoor is politiek draagvlak nodig om tot een besluit te leiden. Dit draagvlak kan per coalitie ook weer wijzigen. Het moet dus in de prioriteiten-afweging worden meegewogen en soms hebben andere zaken een hogere prioriteit. Al met al heeft een proces een langere doorlooptijd. Overigens bestaat voor verbeteren van de luchtkwaliteit in de hele stad al langer een maatregelprogramma

Vraag: wat zij er aan kan doen om dit proces te versnellen?
Door politici te benaderen en/of door klachten te melden. Een burgermeetnet kan ook helpen. Nadeel is dat je al het geld in meten stopt je weer minder geld hebt voor maatregelen. Van meten wordt de lucht niet schoner. Dat is steeds de afweging die wordt gemaakt.

Opmerking:  in het geval van de APN de bedrijfsmetingen door APN zelf worden betaald. Dat legt dus geen beslag op het budget.
Dit klopt mogelijk voor de APN mogelijk. Afhankelijk van het soort bedrijf wordt vaker een meetplicht opgelegd. De recente metingen aan de schoorsteen van APN (november 2020, februari en juni 2021) zijn door de gemeente betaald. De controle metingen aan installaties en de metingen in de lucht in de stad (de blootstelling van de bevolking) worden vrijwel altijd door de overheid betaalt.

Vraag: de raad heeft verschillende moties aangenomen. Twee worden door het college afgeraden. Deze hebben te maken met het sluiten van de APN en het uitplaatsen van andere milieubelastende industrie op dit industrieterrein. Wat gaat er uiteindelijk gebeuren met deze moties?
De motie van sluiten van de APN werd ontraden omdat momenteel nog juridisch onderzoek loopt welke maatregelen mogelijk zijn. Ook moet het bedrijf de kans geboden worden om de eventuele overschrijding te stoppen. De motie van uitplaatsen van milieubelastende industrie werd ontraden omdat laatst door dezelfde gemeenteraad de gebiedsvisie TPN-West werd vastgesteld waarin wordt aangegeven dat eventueel beleid voor uitplaatsen van industrie pas per 2040 zal plaatsvinden.

Vraag: ik woon op een drukke plek. Het verkeer wordt steeds drukker. Hij maakt zich zorgen omdat zijn huis vlak naast de rijbaan ligt. Er wordt steeds gerekend met gemiddelde waardes (deze vallen binnen de norm) en niet met piekbelasting. Wat betekent dat voor de mogelijke gezondheidsschade. 
Langdurige blootstelling is meer schadelijk voor de gezondheid dan kortdurende piekbelastingen. Hij adviseert wel om te blijven ventileren. Mensen die zich zorgen maken over de buitenlucht en daarom de ramen dichthouden zijn slechter af. Ventileer je niet dan, wordt de kwaliteit van lucht binnenshuis slechter dan buiten. Je zou tijdens de spits kunnen overwegen om alleen te ventileren aan de achterkant van de woning.

Vraag: wordt er vooral gemeten op stoffen die slecht zijn voor het inademen? Of ook op die slecht zijn voor het milieu wanneer die op de boden terecht komen?
Er zijn twee relevante wetten zijn. De ene ziet toe op de uitstoot bij een bedrijf en de andere ziet toe op de luchtkwaliteit in de leefomgeving. Er wordt dan gemeten op gezondheidsbedreigende stoffen. Daar richten de metingen zich op. Fijnstof en NO2 zijn de stoffen die het meest schadelijk zijn. Andere zorgwekkende stoffen komen in zeer lage concentraties voor en hebben daardoor weinig effect op de gezondheid. 

Vraag: meten gaat nu voornamelijk op stoffen die gezondheidsschade toebrengen en niet op stoffen die bijvoorbeeld schadelijk zijn voor het grondwater?
Grondwaterverontreinigingen veroorzaakt door stoffen uit de lucht blijkt uit onderzoek erg mee te vallen.

Vraag: is directe blootstelling schadelijker dan indirecte blootstelling? En effecten op de korte en lange termijn.
Dit is meer een vraag voor de gezondheidsmensen. Inademen is een riskante blootstellingsweg en er zijn bewezen gezondheidseffecten van luchtvervuiling. In heel speciale gevallen bijvoorbeeld bij Tata Steel, is ook gekeken naar stof dat in de woonomgeving is gewaaid en dat kinderen via hand-mond contact binnen krijgen. In dat geval is ook het opnemen via de mond als risicovol ingeschat.

Gespreksronde 2 

Gespreksleider Dave Ploum (gemeente Nijmegen)

Onderwerp: Luchtkwaliteit 
Expert: Henk Nijhuis (gemeente Nijmegen) 
Notulist: Gijs Jansen (gemeente Beuningen)

Vraag: hij had het idee dat de reden vaal was dat we voldoen aan de wettelijke norm. We meten en we zitten eronder. Maar de WHO-normen zijn strenger. Voor benzeen geldt dat de stap wel echt veel strenger wordt. Waarom houden we vast aan een wettelijke norm, terwijl de WHO-norm veel strenger is? We voldoen aan de wettelijke norm en men zegt dat dan voldoende is, dat wringt. 
Voor de twee stoffen met grootste gezondheidseffecten (NO2 en fijnstof) wordt wel degelijk verder gegaan dan wettelijke eisen, met o.a. een nieuw uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit (gebaseerd op de doelstellingen van het landelijke Schone Lucht Akkoord). Voor benzeen en ook naftaleen geldt de zogenaamde minimalisatieverplichting. Dat houdt in dat - naast het voldoen aan deuitstooteise - het bedrijf ook blijvend moet streven naar emissie verminderen. 

Vervolgvraag: wat is dan de motivatie van het bedrijf? De gemeente zet dan een dwangsom in, maar dat voelt zo’n bedrijf toch niet. Is er een andere manier? 
In deze handhavingskwestie speelt nog het probleem dat de APN zich kan beroepen op een uitzonderingsregeling. Als het bedrijf zich houdt aan die regels voor inname van grondstoffen, dat dan de getalsmatige eis voor de uitstoot niet geldt. Maar de uitleg van die regeling is op dit moment ook onderwerp van discussie tussen juristen.

Vraag: wegverkeer daar kan de gemeente wel iets aan doen. Er zouden verschillende milieuzones komen stond in eerdere plannen van de gemeente. Haar lijkt het zeker gezien de WHO norm, dat de gemeente daarin een verplichting heeft. Waarom wordt er niet beter voor onze lucht gezorgd op een gebied waar we makkelijk wat aan kunnen doen? 
Dat is uiteindelijk een politieke keuze en is voorlopig vastgelegd in ons nieuwe uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit. Het niet-invoeren van een algehele milieuzone voor dieselvoertuigen was een afweging tussen kosten en handhaving en de milieuwinst die het oplevert. Er worden wel per 2025 drie zero emissie zones voor stadslogistiek ingesteld. Alleen voor bedrijfsmatig verkeer, dit gaat over de gebieden Nijmegen-Centrum (binnen de singels), Hof van Holland (het nieuwe stadscentrum in Nijmegen-Noord) en het campusgebied Heijendaal. 

Vervolgvraag: in Nijmegen West mogen die vervuilende bedrijfsvervoer dus nog komen? 
Ook bedrijven proberen we te stimuleren om schonere voortuigen te rijden. Daarvoor is o.a. een subsidieregeling ingesteld. Er wordt ook gewerkt aan een convenant voor bedrijven voor aanschaf en gebruik van schoner vervoer. 

Opmerking: mevrouw geeft dat ze dit mager vindt en is kritisch. 
We doen ons best om binnen de bestaande regelgeving en andere mogelijkheden het verschonen van transport door bedrijven verder te brengen. 

Vraag: er zijn vergunningen afgegeven. Als die vergunningen worden overschreden, dan ziet hij te weinig gebeuren. Het bedrijf voldoet toch immers nu niet aan de voorwaarde in die vergunning, er is immers een overschrijding? 
Het aanschrijven van het bedrijf met het voornemen tot een last onder dwangsom is een eerste stap in het proces van verminderen van de uitstoot. 

Vraag: hij mist de combinatie van vervuilende factoren. Er zijn meerdere vormen van vervuiling. Dan gaan we toch die WHO normen nog sterker overschrijden? 
Bij metingen in de leefomgeving is uitkomst de optelsom van uitstoot van diverse bronnen. Bronnen worden niet apart van elkaar gemeten tenzij je dat doet door te meten bij een schoorsteen. Als men de meting in de leefomgeving toetst aan de WHO-norm, dan wordt dus altijd een som van bronnen getoetst en niet specifiek één bron. 

Opmerking over stapeleffecten: in voeding wordt dit wel soms gedaan. De combinatie van stoffen en de effecten daarvan. 
Antwoord: er zijn vooralsnog geen voorbeelden bekend bij luchtkwaliteit. De vorige wethouder heeft daar landelijk wel aandacht voor gevraagd (in het kader van het SLA). 

Vraag: de metingen van naftaleen in de wijk, staan die op de planning? 
Het meetplan luchtkwaliteit (in de leefomgeving) is opgesteld in overleg met wijkvertegenwoordiging. Naftaleen was bij die gesprekken nog geen onderwerp. Op dit moment wordt overwogen om naftaleen alsnog mee te nemen. We zijn daar voorstander van, mits dat betrouwbaar genoeg is en enigszins betaalbaar. Voor naftaleen geldt dat er gezocht wordt welke meettechniek gekozen moet worden en of dat nuttig is. 

Vraag: welke partijen worden betrokken in het meten om te bepalen wat verstandig is? Wie adviseert? 
Naast experts (bijvoorbeeld RIVM) worden wijkvertegenwoordigers betrokken. 

Vervolgvraag: maar wijkvertegenwoordigers zijn toch leken? 
Wijkvertegenwoordigers mogen in dit geval op kosten van de gemeente een deskundige inhuren om hen daarin te ondersteunen. Dat is de milieugezondheidsdeskundige die vandaag ook aanwezig is. 

Gespreksleider Sven Polak (bureau ECHT)

Vraag: de luchtkwaliteit wordt met name beïnvloed door het wegverkeer. Wat zijn de plannen van de gemeente Nijmegen op dit gebied?
Sef geeft aan wat Rotterdam op dit vlak doet zoals het stimuleren van het gebruik van elektrische auto’s en de fiets, schone stadsdistributie, aanleggen milieuzone in de binnenstad, een slooppremie voor tweetakt scooters en brommers, deelauto’s stimuleren etc. De coronaperiode heeft aangetoond dat het verminderen van het verkeer leidt tot een aanzienlijke verbetering van de luchtkwaliteit. Voor het verbeteren van de luchtkwaliteit in de hele stad bestaat al langer een maatregelprogramma. In Nijmegen hebben we hiervoor het 30 maatregelen programma.

Vraag: na de aanleg van de S100 is er minder verkeer in het centrum gekomen maar juist meer in Nijmegen West. Wat gaat de gemeente daaraan doen?
De genoemde verkeersmaatregelen voor het centrum kunnen een waterbed effect hebben. De vervuilende voertuigen verplaatsen zich naar andere wijken. Deels klopt dit, maar over de hele linie, wanneer er steeds meer schone voertuigen komen, heeft dat een gunstig effect voor de hele stad. Voor Nijmegen geldt dat opening van de Oversteek heeft geleid tot sterke verbetering van de luchtkwaliteit langs de singels en in het stadscentrum van Nijmegen, waar de belangrijkste knelpunten en overschrijdingen van grenswaarden lagen. Ook heeft de opening van de Oversteek geleid tot sterke verbetering van de doorstroming van verkeer in de hele stad. Verbetering van doorstroming van verkeer is erg belangrijk voor verbetering van de luchtkwaliteit.

Vraag: worden er ook andere stoffen gemeten dan fijnstof, pak’s en benzeen?
Fijnstof en NO2 worden het meest gemeten. Bij bedrijven worden ook stoffen gemeten die door het betreffende bedrijf uitgestoten worden. Dit is gerelateerd aan de vergunningen die verstrekt zijn aan die bedrijven.

Vraag: ik blijf me zorgen maken omdat ze van de ODRN heeft gehoord dat een vergunning al meer dan 25 jaar oud is.
In het algemeen worden vergunningen regelmatig geactualiseerd omdat regels voor uitstoot af en toe worden aangescherpt. Er wordt dan, binnen de wettelijke kaders, doorgaans onderhandeld met de bedrijven omdat deze ook rechten hebben. Actualiseren gebeurt sowieso vaak wanneer een bedrijf zijn productieproces verandert of wanneer een uitbreiding wordt aangevraagd. 

Vraag: naftaleen uitstoot is alleen terug te herleiden aan verwerking teerhoudend asfalt. Dit is vanaf 2001 verboden. APN zou dus in theorie al vanaf 2001 teerhoudend asfalt kunnen hebben verstookt. Dat is zorgelijk.
Op zich is recyclen van asfalt een goede ontwikkeling, maar het heeft in dit geval ook risico’s. Teerhoudend asfalt kan door recycling in het proces terecht zijn gekomen. Of nog terug te zoeken valt welk materiaal er allemaal gerecycled is, is niet duidelijk.

Vraag: asfaltcentrales moeten voorafgaand aan de bewerking onderzoeken of er teerhoudend asfalt in de grondstof zit. Kiwa zou daar steekproefsgewijs op controleren. Is het mogelijk om de boekhouding op te vragen. En waar zijn de testrapporten van de Kiwa. Is dat een begaanbare weg?
Bij een controle moeten alle recente stukken ingezien kunnen worden. In de praktijk blijft het soms moeilijk om stukken van jaren oud boven tafel te krijgen. Wanneer er een sterke verdenking is van onjuist handelen door een bedrijf zou dat een reden zijn om dergelijke oude stukken op te eisen. Het verzoek moet redelijk zijn.

Vraag: worden er geen controles bij bedrijven gedaan?
De ODRN controleert de vergunningen en bezoekt bedrijven regelmatig om te inspecteren. De frequentie van de controles wordt bepaald door de grootte van een bedrijf en de impact die het heeft op de omgeving en de mate waarin een bedrijf zich aan de vergunningvoorschriften houdt. Asfaltcentrales liggen sinds kort in heel Nederland onder het vergrootglas. Waarschijnlijk worden ze daarom vaker gecontroleerd.

Vraag: er ligt nog de vraag of door het invoeren van de milieuzone het verkeer op de S100 drukker wordt en de kwaliteit van de lucht in de omgeving slechter wordt.
Sef geeft aan dat de voertuigen steeds schoner worden. De verkeersontwikkeling is de stad na invoering van een dergelijke maatregel wordt door een gemeente vooraf berekend met verkeermodellen. De afdeling verkeer heeft een beeld van het effect op de verkeersintensiteit op de S100. Overigens wordt voor Nijmegen geen milieuzone ingevoerd. Voor verbeteren van de luchtkwaliteit in de hele stad bestaat al langer een maatregelprogramma

Vraag: hoe ver reikt de uitstoot van een auto?
In een smalle straat met veel bebouwing blijven de verontreinigingen langer hangen dan in een bredere straat waar het makkelijker weg waait.

Chatvragen luchtkwaliteit

Ligt er nu de verwachting dat het verkeer op de S100 drukker wordt en daarmee de luchtkwaliteit in de omringende wijk (nog) slechter?
In Rotterdam zijn momenteel veel klachten over verkeer. Mede omdat nu na corona de economie weer van het slot gaat. Mensen vergelijken dan onbewust de corona rust met het effect van de nieuwe situatie en zien een gigantische verslechtering. Dat blijkt bij ons een zeer lastig gesprek met bewoners. Voor Nijmegen (en voor veel andere steden) wordt jaarlijks het zogenaamde verkeersmodel geactualiseerd met behulp van verkeerstellingen en modelberekeningen. Daardoor kunnen we ook berekeningen aan luchtkwaliteit doen met steeds recente verkeersgegevens. 

Moeten die bedrijven niet voldoen aan bepaalde controles? Dat lijkt me eigenlijk hoog tijd! Kan er uitgezocht worden hoe vaak APN wel gecontroleerd is?
Er is op dit moment een nieuw meetplan in de maak. Mede naar aanleiding van de PAK’s uitstoot bij de APN wordt hier regelmatiger gemeten aan de schoorsteen zodat de gemeente beter een vinger aan de pols weet te houden.

Hoe zit het met de Oversteek?
Niet duidelijk wat hier bedoeld wordt. Duidelijk is dat de naast bedrijven en woningen (bijvoorbeeld door houtkachels), het verkeer een belangrijke bron van luchtverontreiniging is.

Geur is toch niet hetzelfde als stank?
Stank kan gezien worden als hinderlijke geur. Als het gaat om algemene kaders en beleid dan spreekt men meestal over geur. In klachtsituaties kan “stank” ook gebruikt worden. In het Gelders geurbeleid wordt in de toetsingswaarden ook rekening gehouden met de mate van hinderlijkheid van een geur/stank. Dit wordt uitgedrukt in de zogenaamde hedonische waarde (aard van de geur: zeer hinderlijk; hinderlijk; minder hinderlijk; niet hinderlijk).   

Is er wel een visie plan voor Nijmegen?
De raad heeft een Luchtplan ter verbetering van de luchtkwaliteit vastgesteld.

Of loop de gemeente achter de feiten?
Het luchtplan is gericht op het verminderen van uitstoot bijvoorbeeld van verkeer. Door voortschrijdend inzicht kan het luchtplan mogelijk worden bijgesteld.

Opmerking: ik begreep van iemand van GroenLinks dat het plan eerder was om na 2030 de zware industrie uit te gaan faseren. Maar dat is eind 2020 door bijna alle partijen behalve GroenLinks en SP en twee kleinere partijen tot 2040 opgerekt. GroenLinks heeft nu een voorstel ingediend om toch weer naar 2030 te gaan. Het lijkt erop dat misschien wat andere partijen daarin mee willen.
Ter info: inmiddels is in de raadsvergadering van 22 september 2021 per motie aan het college gevraagd om te werken aan een beleid voor transformatie van het industriegebied per 2030. Het college beraadt zich op een reactie hierop.

Tot 2040 of 2030 APN? Wat zijn de mogelijkheden om de vergunning in te trekken?
Die zijn er nu niet. Intrekking is een zwaar middel. Intrekking van een omgevingsvergunning milieu is alleen mogelijk indien een bedrijf ontoelaatbaar nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt. Een bedrijf moet altijd eerst in de gelegenheid worden gesteld om een overtreding te beëindigen. 

Of helaas te verruimen zoals APN wil?
Dit is niet aan de orde. APN heeft de verruimingsaanvraag ingetrokken. 

Opmerking: volgens mij zijn er weinig mogelijkheden om zomaar de vergunning te trekken, er zijn wel degelijk politici die dat willen (overigens ben ik gewoon wijkbewoner, geen expert). Ik heb een GroenLinks-raadslid gemaild omdat ik communicatie vanuit de partijen miste.
Zie op de website van GroenLinks info over APN. Overigens kan het zijn dat andere partijen nu hun mening gaan aanpassen (2040 naar 2030 terugzetten).

Opmerking: de asfaltcentrale is TataSteel in het Klein. Daar hebben ze zich gerealiseerd dat het anders moet en gaan actief om met ondersteuning van de overheid.

Het zou fijn zijn als we informatie kunnen krijgen over de omvang van (criminele) vervuiling van de stookolie in de Nederlandse binnenvaart.
De gemeente probeert  hierover landelijke gegevens te krijgen.

Waar zijn de meetresultaten tussen 2005-2021?
Tot voor kort werden deze meetresultaten weergegeven op de website www.westenweurt.nl. Om ICT-redenen werkt deze website niet meer. Er wordt gewerkt aan een nieuwe website om meetresultaten te delen met bewoners.

Over hoeveel geld hebben we het eigenlijk?
Het gaat over duizenden euro’s per meting afhankelijk van het soort analyses dat gevraagd wordt.

Opmerking: de luchtkwaliteit wordt niet beter van frequentere inspecties. 

Opmerking: misschien kan milieugeld ook beter besteed worden aan laadpalen, OV, voorlichting, enz. 

Wat zegt de wetenschappelijke literatuur over de effecten van piekwaarden op de gezondheid? Piekwaarden en meer in het algemeen schommelingen. Bijvoorbeeld afhankelijk van weersomstandigheden, tijd van het jaar, tijd van de dag.
Dat scheelt eigenlijk enigszins per stof. Van ozon (de zomersmog) is bekend dat de hoge concentraties op zomerse zonnige middagen zeker voor mensen met luchtwegaandoeningen effect kunnen hebben. Voor eigenlijk alle andere stoffen geldt dat de langdurige blootstelling aan normale ‘lage’ concentraties veel meer effect hebben dan af en toe een piek. Het is de langdurige blootstelling aan fijnstof en NO2 die zorgt dat de levensverwachting in Nederland ca. 12 maanden verlaagd is en dat bij langdurige blootstelling aan benzeen de kans op bepaalde kanker iets toeneemt. Korte pieken zijn met name voor mensen met gevoelige luchtwegen vooral hinderlijk (hoesten, irritatie, meer medicijn gebruik), maar het overall gezondheidseffect is beperkt.

Hoe lang duurt eigenlijk het opzetten van een meting - in geval van "gehaaste spoed". Waarom duurt het ellenlang voor het opzetten volgens de meting (vorige wethouder duurde het meer dan half jaar), klopt dit wel met de werkelijkheid?
Het opzetten van een meting duurt technisch niet zo lang, maar meetbureaus hebben vaak volle agenda’s dus het kan enige tijd duren voor je aan de beurt bent. In het geval van APN komt daarbij dat het bedrijf niet continu productie draait. Bij het bedrijf APN wordt vooraf de productieplanning opgevraagd voor de komende 14 dagen. Dagen dat er voldoende productie gedraaid wordt én in geval van APN ook gerecycled asfalt verwerkt wordt, zijn geschikt om metingen uit te voeren. De meetinstantie (ODRA in dit geval) maakt een keuze uit de geschikte dagen en komt dan onaangekondigd meten.
Verder doet de ODRA bij de meting van PAK’s alleen de monstername in de gasstroom inclusief vaste deeltjes daarin. De monsters gaan naar een goedgekeurd laboratorium, waar de lab-analyses op PAK’s plaatsvinden. De resultaten komen na ongeveer 1 week bij de ODRA, die vervolgens een rapport daarover maakt. Het kan dus wel 2 weken duren tussen monstername en uiteindelijke rapportage.

De vraag van degene voor mij ging over piekwaarden en de eventuele invloed daarvan op de gezondheid. Ik dacht bij het RIVM (of soortgelijke organisatie) gelezen te hebben dat er voor bepaalde stoffen een piekwaarde is die maar een aantal dagen per jaar overschreden mag worden. Is dat ter vervanging van een jaar-gemiddelde, of staat dat er los van qua gezondheidseffecten?
Er zijn twee soorten gezondheidseffecten: de chronische blootstelling en de incidentele piekblootstelling. Qua omvang van effect is de chronische veel belangrijker dan de piek blootstelling. Maar er zijn natuurlijk mensen waarvoor die pieken wel lastig/irritant/gevaarlijk kunnen zijn. Een aantal stoffen hebben daarom zowel piek als lange termijn doelstellingen. Meestal is het zo dat als je aan de lange termijn criteria voldoet er met de pieken ook niets aan de hand is. De piek waarden fungeren dan ook als waarschuwing: stel het is een zonnige vierdaagsedag, het wordt erg heet en er wordt zomersmog verwacht. De hitte is dan een probleem maar ook fysieke inspanning bij slechte luchtkwaliteit. De organisatie kan dan mensen extra waarschuwen, parcours inkorten, of zelfs afgelasten.
Overschrijding van de pieken zien we weinig (behalve bij incidenten –grote brand) en behalve bij ozon, afhankelijk of we een mooie of slechte zomer hebben.

Bij een onderzoek naar industriegebied Moerdijk werden de week na piekemissies (die overigens onder grenswaarden waren) meer duizeligheid en luchtwegklachten bij huisartsen gepresenteerd. Zou dat hier ook aan de hand kunnen zijn?
Op dit moment wordt er onderzoek gedaan naar de emissies op TPN West. Er is nog onvoldoende aanleiding om een onderzoek zoals in Moerdijk uit te voeren.

We hebben het over kosten - over welke kosten hebben we het eigenlijk? Kan er een soort van budget genoemd worden, hoeveel het bijvoorbeeld kost om te meten? Ik weet niet of hier standaarden voor zijn, maar ik wil graag snappen over welke enorme bedragen we het moeten hebben, aangezien we hier blijkbaar deels op willen bezuinigen - of waarom het zeker een belemmering is. 
Zie eerdere antwoorden.

De flats en huizen aan de Waal en brug Oversteek: hebben zij minder last omdat het dicht tegen het water aanzit? 
Waarschijnlijk is de luchtkwaliteit aan de Waalkant gemiddeld iets beter is dan in het centrum, ondanks dat binnenvaart een grote bron van uitstoot is. De reden hiervoor is dat de Waal breed en vrij open is, de wind zorgt voor goede verspreiding en verdunning van eventuele vervuiling. In een nauwe straat met verkeer kan de wind er slecht bij en blijft alle uitstoot hangen. Aan de waterkant is er wel een bijdrage van de scheepvaart.
Wat het per saldo is durf ik niet te zeggen en hang ook van de drukte van de straat waarmee vergeleken wordt (en of er buren zijn met haarden, enz.). Tot slot, op de hogere verdiepingen van flats zal (meestal) de luchtkwaliteit beter zijn dan op de lagere verdiepingen omdat de afstand tot de bronnen (verkeer, haarden) net iets groter is, en het op hoogte harder waait (betere verdunning). Soms zijn er rare situaties waarbij een schoorsteen toch hinderlijk in de buurt van een flat staat. Dan geldt de algemene regel mogelijk niet.

Moeten die bedrijven niet voldoen aan bepaalde normen? Dat lijkt me eigenlijk hoog tijd!
Bij APN wordt naar aanleiding van de gemeten normoverschrijding voor PAK’s intensiever gemeten.

Zijn er cijfers of berekeningen over het wegvervoer en andere bronnen die ultrafijnstof veroorzaken? 
Die kennis zal er op landelijk niveau wel zijn. Het meten van ultrafijnstof vindt maar op een zeer beperkt aantal locaties plaats in Nederland. Specifieke kennis over lokale ultrafijnstof bronnen en immissieconcentraties hebben wij niet. 

Welke andere instrumenten heeft de gemeente nog anders dan een dwangsom? 
In algemene zin zijn meerdere instrumenten beschikbaar zoals last onder bestuursdwang (uiteindelijk wordt door het bevoegd gezag de overtreding ongedaan gemaakt), last onder dwangsom (door dwangsom wordt gepoogd de overtreding te beëindigen), intrekking van de vergunning (en sluiting van het bedrijf). De keuze hangt zeer sterk van de situatie af.

Wat houdt de uitzonderingsregeling in waar de APN nu een beroep op doet? 
In deze handhavingskwestie rond uitstoot van APN doet zich het probleem voor dat de APN zich kan beroepen op een uitzonderingsregeling. Als het bedrijf zich houdt aan vastgelegde regels voor inname van grondstoffen (bijvoorbeeld géén inname van teerhoudende stoffen), dan geldt de getalsmatige eis voor de uitstoot niet. Maar de uitleg van die regeling is op dit moment ook onderwerp van discussie door juristen. We kunnen hier nu verder niet op ingaan.

Hoe ziet de procedure rondom de minimalisatieverplichting eruit voor bedrijven die ze hebben voor bepaalde stoffen en wat houdt dat in? 
Op de website van InfoMil is de procedure duidelijk uitgelegd. 

Hoe zit het effect van de combinatie van stoffen op de gezondheid. Is de combinatie van die stoffen bij elkaar (stapeleffecten) nog schadelijker? 
Hier is relatief weinig over bekend. Er zijn ons ook geen wettelijke toetsingsmogelijkheden bekend. Deze vraag zullen we ook afstemmen met GGD.