Truus Peters: “Sindsdien drink ik alleen nog maar thee met gesteriliseerde melk”

Truus Peters woont al haar hele leven in het huis tegenover het politiebureau op de Muntweg. Het huis is oud en heeft rood-geel-zwarte kozijnen. “Wil je een kopje thee?” vraagt de 85-jarige vrouw als ze de deur open doet. “Tijdens de Tweede Wereldoorlog dronken we thee van tabletten. Dat was prima, maar niet echt lekker. Totdat de Engelsen zich stationeerden in het Goffertpark in 1944. Tegenover mijn huis hadden ze tenten staan. Ik ging daar als 10-jarig meisje een kijkje nemen in hun keukentje. Een Engelse soldaat kwam met een tinnen mok thee naar me toe. Ik keek erin, en zag een lichtoranje kleur. Zo’n heldere kleur had ik nog nooit gezien. Ik mocht een slokje. Wat lékker! Het was Engelse thee, op z’n Engels met een wolkje melk. Sindsdien drink ik altijd thee met melk. En niet met verse melk hoor, dat vind ik niet zo lekker. Doe mij maar de gesteriliseerde. Net als die heerlijke lichtoranje thee die ik in 1944 dronk.” 

Nieuwsgierig

De geallieerden hadden tenten, een wachtpost en een opslag voor olie en benzine in het Goffertpark. Haar ouders en 3 zussen keken hierop uit vanuit huis. Truus was de nieuwsgierigste van het gezin. Ze stak dan ook vaak de Muntweg over, om te gaan kijken bij de Engelsen in het park. Sterker nog, ze werd zelfs op pad gestuurd door haar vader. Hij was fotograaf en maakte ansichtkaarten van de Waalbrug. De jonge Truus moest deze ruilen tegen 3 sigaretten van de Engelse soldaten. Als ze een pakje vol had, ging ze weer naar huis. En dan was haar pa dolgelukkig.

Ritje op de tank

Op een dag kwam er een Engelsman met een open tank langs de deuren op de Muntweg. Of de kinderen uit de buurt een rondje door de Goffert wilden maken. En dat wilden ze natuurlijk wel! “We hebben toen met 27 kinderen op die tank gezeten. Dat weet ik nog heel goed. We hebben een rondje gemaakt door heel het Gofferpark. Toen de Engelsen hier zaten, was het voor mij eigenlijk een hele leuke tijd, ondanks dat het oorlog was.”

Ken en Jim

Het was niet alleen een fijne tijd voor Truus, maar waarschijnlijk ook voor Ken en Jim. Deze 2 Engelse soldaten waren het beu om in het tentenkamp op de Goffert te slapen. Op een dag kwamen ze aan de familie Peters vragen of ze bij hen in huis, met de kozijnen in de kleuren van de Duitse vlag, mochten slapen. Ze kregen de voorkamer. Het waren hele nette jongens. Jim ging vaak dammen met pa, Ken haalde grapjes uit met Truus en haar zusje. De familie Peters was gastvrij en zorgde goed voor de Engelse jongens. “Ma maakte regelmatig een wasteil warm op het fornuis. Dan stuurde ze mij en mijn zusjes de keuken uit en dan ging de deur op slot. Zo konden Ken en Jim zich daar wassen.”

Duitsers

Truus vertelt vrolijk over de tijd dat de geallieerden haar overburen waren, maar vertelt minder over de eerdere jaren in de oorlog. Toen was ze jonger en dat was natuurlijk geen leuke tijd. Toch weet ze dat ook nog. “De Duitsers hadden afweergeschut staan in het Goffertpark, maar ze sliepen er niet. Wel deden ze er oefeningen. Die Duitsers konden zo mooi zingen! Als ze naar de Goffert marcheerden zongen ze prachtige liederen. Voor de rest kwam ik niet bij ze in de buurt.”

Geluk

“Toen de Engelsen in de Goffert gestationeerd waren was het eigenlijk een zalige tijd. Dat klinkt raar, maar dat was toch echt zo. Er was veel ellende, ook in Nijmegen. Maar wij hebben er veel geluk gehad. We hadden altijd genoeg eten en er is in dit huis geen ruit gesneuveld. Hoe dat kan? Mensen verklaren me voor gek, maar ik denk dat ik er een verklaring voor heb; het zijn de kleuren van ons huis: rood-geel-zwart.”